Het experiment

Om deze vragen te beantwoorden moet u de aanwijzingen beoordelen door de beschrijving te vergelijken met uw norm voor door studieadviseurs opgestelde beschrijvingen van studenten. Het feit dat u al zo’n norm hebt, is op zich al verrassend. U weet misschien niet hoe of waarom u kantoor huren rotterdam ooit zo’n norm hebt ontwikkeld, maar toch detecteert u het enthousiasme dat uit de beschrijving blijkt: de adviseur vindt de student goed, maar niet uitmuntend. Er is ruimte voor sterkere adjectieven dan intelligent (briljant, creatief), belezen (geleerd, erudiet) en hardwerkend (gepassioneerd, perfectionistisch). Het oordeel: grote kans dat deze student tot de beste 15 procent behoort, maar niet tot de beste 3 procent. Over dergelijke oordelen bestaat een grote mate van consensus, in ieder kantoor huren utrecht geval binnen een en dezelfde cultuur. Andere deelnemers aan het experiment kregen andere vragen voorgelegd:
18. Intuïtieve voorspellingen corrigeren 197
Wat zal het cijfergemiddelde van deze student worden, denk je? Welk percentage eerstejaarsstudenten zal een hoger cijfergemiddelde halen?
Misschien moet u de vier vragen nogmaals bekijken om het subtiele verschil tussen de twee setjes op te merken. Het verschil zou direct moeten opvallen, maar toch gebeurt dit niet. In tegenstelling tot de eerste vragen, waarbij u alleen de aanwijzingen moest evalueren, omvat de tweede set vragen een hoge mate van onzekerheid. De vragen verwijzen naar daadwerkelijke prestaties aan het einde van het eerste jaar. Wat is er gebeurd in het jaar nadat het interview werd gehouden? Hoe goed kunt u de daadwerkelijke prestaties van een student voorspellen aan de hand van vijf adjectieven? Zou de adviseur het zelf kantoor huren amsterdam ook bij het juiste eind hebben als hij het cijfergemiddelde zou voorspellen op basis van een vraaggesprek? Het doel van dit onderzoek was het vergelijken van de percentiele inschattingen die de deelnemers maakten bij het beoordelen van de aanwijzingen aan de ene kant en het voorspellen van de uitkomst aan de andere kant. De resultaten waren snel samengevat: de inschattingen waren identiek. Hoewel de twee setjes vragen verschilden (de ene set gaat over de beschrijving van de student, de andere over de toekomstige academische prestaties), behandelden de deelnemers ze alsof ze gelijk waren. Net zoals in het geval van Julia werd er geen onderscheid gemaakt tussen het voorspellen van de toekomst en het beoordelen van beschikbare aanwijzingen – de voorspelling stond gelijk aan de evaluatie. Dit is wellicht het beste bewijs dat we hebben voor de rol van substitutie. Mensen wordt om een voorspelling gevraagd, maar kantoor huren schiphol┬áze gebruiken hun evaluatie van de aanwijzingen, zonder dat ze merken dat de vraag die ze beantwoorden niet de vraag is die hun werd gesteld. Dit proces leidt onherroepelijk tot voorspellingen met systematische bias: regressie naar het gemiddelde wordt volledig genegeerd.