Woonvergunning

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Volgens art. 13a Wonw kunnen burgemeester en wethouders, indien niet wordt voldaan aan de welstandseisen voor nieuwe of bestaande bouwwerken, degene die als eigenaar van een bouwwerk of kantoor huren hoofddorp standplaats dan wel uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen daaraan, verplichten tot het treffen van voorzieningen. Zij stellen daarbij een termijn en de voorzieningen moeten ertoe leiden dat wel aan de welstandseisen wordt voldaan. Of er sprake is van strijd, in ernstige mate, met redelijke eisen van welstand als bedoeld in art. 12 lid 1 Wonw wordt dus beoordeeld door burgemeester en wethouders aan de hand van de in de welstandsnota in de vorm van beleidsregels opgenomen kantoor huren emmen welstandscriteria. Er is dus ten aanzien van welstand een nader besluit van burgemeester en wethouders vereist om vast te stellen dat niet wordt voldaan aan de eisen alvorens een handhavingsbesluit kan worden genomen. Bij overtreding van het Bouwbesluit 2003 of de bouwverordening is geen nader besluit nodig.
Als een bestaand gebouw tot woning wordt verbouwd of er wordt een nieuwe woning gebouwd, vindt toetsing aan de kantoor huren ridderkerk voorschriften plaats door middel van de bouwvergunning. Als een bestaand gebouw als woning in gebruik wordt genomen, zonder bouwen dus, kan die toetsing niet plaatsvinden. Om te voorkomen dat gebouwen die niet geschikt zijn om te bewonen toch in gebruik worden genomen als woning, heeft men de Woningwet-woonvergunning ingevoerd (art. 60 Wonw). Een woonvergunning is nodig als men een bestaand kantoor huren weert gebouw dat niet als woning is gebouwd als woning in gebruik wil nemen. Daarbij gaat het om een gebouw dat op zichzelf geschikt is om te bewonen; en waarvan het laatste gebruik niet wonen is; of waarvan het laatste gebruik wonen is maar dat gebruik wederrechtelijk (illegaal) is.

De gemeenteraad

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De gemeenteraad kan dus alleen afzien van het vaststellen van een exploitatieplan als het verhaal van kosten verzekerd is en het niet noodzakelijk is een van deze vijf punten te regelen. De punten kantoor huren hoofddorp 3, 4 en 5 zijn locatie-eisen.
Verplichte onderdelen van het exploitatieplan zijn (art. 6.13 lid 1 Wro): a een kaart van het exploitatiegebied; b een omschrijving van de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen, en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied; c een exploitatieopzet, bestaande uit: 1° voor zover nodig een raming van de inbrengwaarden van de gronden; 2° een raming van de andere kosten in verband met de exploitatie, waaronder een raming van de planschade die voor kantoor huren emmen vergoeding in aanmerking zou komen; 3° een raming van de opbrengsten van de exploitatie, en de peildatum van deze drie ramingen; en bij 6° de wijze van toerekening van de te verhalen kosten aan de uit te geven gronden.
Facultatief is het bijvoegen van een kaart waarop het voorgenomen grondgebruik is aangegeven en de gronden welke de gemeente beoogt te verwerven.
Bij een exploitatieplan kan worden bepaald dat het verboden is bepaalde werken of werkzaamheden uit te voeren totdat voor de betreffende gronden een uitwerkingsplan (art. 3.6 lid 1 onder b Wro) in werking is getreden. Bij het exploitatieplan kan worden bepaald dat burgemeester en kantoor huren ridderkerk wethouders ontheffing kunnen verlenen van dit verbod (art. 6.12 lid 6 Wro). Door dit gebruiksverbod in een exploitatieplan bij een uit te werken bestemmingsplan kan, zolang geen uitwerkingsplan in werking is getreden, worden voorkomen dat de gewenste wijze van uitvoering van de exploitatie wordt doorkruist.
Gebruik van grond kan aldus worden gekoppeld aan het exploitatieplan; nog belangrijker is dat in de Woningwet is geregeld dat een bouwvergunning voor een bouwplan waarvoor een exploitatieplan moet worden vastgesteld (art. 6.2.1 Bra), alleen mag worden verleend als er geen strijd is met een exploitatieplan of met de krachtens het exploitatieplan gestelde eisen (art. 44 lid 2 onder g Wonw). De verplichte weigering bouwvergunning is een ingrijpend instrument waarmee kantoor huren weert het exploitatieplan kan worden gehandhaafd. Zolang het exploitatieplan niet onherroepelijk is, moeten burgemeester en wethouders volgens art. Süa Wonw de beslissing op een aanvraag om bouwvergunning aanhouden voor een bouwplan in een exploitatieplan indien er geen grond is om de vergunning te weigeren en het exploitatieplan, dat voor de in de aanvraag begrepen grond is vastgesteld, nog niet onherroepelijk is. De aanhouding duurt totdat een exploitatieplan onherroepelijk is. Niettemin

De minister van Verkeer en Waterstaat

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De minister van Verkeer en Waterstaat bereidt een rijksinpassingsplan voor om op een locatie een rivierverruimende maatregel te treffen waarna hij het ontwerp voor het plan ter inzage legt. Vervolgens besluiten hij en de minister van VROM gezamenlijk over de vaststelling van het kantoor huren hoofddorp rijksinpassingsplan nadat gelegenheid is gegeven zienswijzen in te dienen. Indien een rijksinpassingsplan wordt vastgesteld zonder dat tot coördinatie is besloten, treedt de minister van VROM in de plaats van zowel burgemeester en wethouders als de gemeenteraad (art. 3.28 lid 2 Wro). Bij het ‘startbesluit’ wordt ook de minister aangewezen die de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking van de besluiten zal verrichten. In het besluit kan (analoog aan de regeling bij de provinciale coördinatie) worden kantoor huren emmen bepaald dat de voor de verwezenlijking van het nationale beleid benodigde besluiten door het Rijk worden genomen in plaats van de bestuursorganen die dat normaliter doen. De minister van VROM en de in het besluit aangewezen minister (in het voorbeeld dus de minister van Verkeer en Waterstaat) nemen dan gezamenlijk de uitvoeringsbesluiten.
De coördinatie door het Rijk vindt plaats volgens de procedure die bij gemeentelijke coördinatie is beschreven. Evenals de provincie heeft het Rijk de mogelijkheid om in de plaats te treden van de bestuursorganen kantoor huren ridderkerk indien die niet de benodigde besluiten nemen. De coördinerende minister en de vakminister nemen dan in de plaats van het bestuursorgaan het besluit (art. 3.36 lid 1 Wro). De vakminister is de minister tot wiens taakgebied het besluit behoort: de minister van Verkeer en Waterstaat zal bijvoorbeeld samen met de coördinerende minister in de plaats treden van een waterschap dat weigert een benodigd besluit te nemen.
4.3.4 Grondgebruik en grondverwerving Op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht (Belwp) moeten rechthebbenden gedogen dat openbare werken van algemeen nut worden aangelegd en in stand kantoor huren weert gehouden (art. 1 Belwp). Tegenover het gedogen staat het recht op volledige schadevergoeding. Een bekend voorbeeld is de plicht om te gedogen dat er kabels en leidingen in de grond worden aangelegd en gehouden. Deze Belemmeringenwet kent speciale procedureregels en stelt een beroepsgang op het gerechtshof open tegen het besluit om een gedoogverplichting op te leggen.

De uniforme openbare voorbereidingsprocedure

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Procedure De uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Awb is van toepassing (afdeling 3.4 Awb). Daarbij gelden enige extra eisen: burgemeester en wethouders geven niet alleen in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen kennis van het ontwerp, maar doen dat ook in de Staatscourant. De kennisgeving vindt ook elektronisch plaats: op de officiële internetsite van de gemeente en op de internetsite die dienst gaat doen als ‘landelijke voorziening kantoor huren hoofddorp voor alle visies, plannen, besluiten, verordeningen of AMvB’s’ (art. 1.2.2 Bro). De bestuurlijke vooroverlegpartners krijgen de kennisgeving elektronisch toegezonden, bijvoorbeeld per e-mail. Ten aanzien van de gemeenten is toezending alleen verplicht aan de besturen van bij het plan een belang hebbende gemeenten (art. 3.8 lid 1 onder b Wro). Burgemeester en wethouders publiceren de kennisgeving voorafgaand aan de terinzagelegging (art. 3:12 Awb). Dit betekent dat de datum van de publicatie minstens één dag voor de aanvang van de terinzagelegging moet liggen. Eenieder kan kantoor huren emmen zienswijzen naar keuze mondeling of sèhriftelijk naar voren brengen bij de gemeenteraad. Een zienswijze moet gemotiveerd zijn.
Uit de stukken blijkt in hoeverre en op welke wijze de gemeente gehoor heeft gegeven aan de in het vooroverleg door de bestuurlijke partners gemaakte opmerkingen. Indien dat naar het oordeel van Rijk of provincie in onvoldoende mate is geschied, zal zeker van die zijde worden aangedrongen op nader bestuurlijk overleg. In dat overleg zal duidelijker worden of de gemeente bereid is de wensen van Rijk of provincie te honoreren. Indien dat niet het geval is en het betreft kantoor huren ridderkerk een voor Rijk of provincie essentieel onderdeel, dan kan worden gestart met de voorbereiding van een interventie, bijvoorbeeld door het geven van een aanwijzing omtrent de inhoud van het bestemmingsplan of het voorbereiden van een beroepschrift tegen het bestemmingsplan. Deze voorbereiding kan in het overleg aan de gemeente worden gemeld. Rijk of provincie dienen tijdens de daarvoor beschikbare termijn van zes weken een zienswijze in. Na afloop van deze terinzageligging/zienswijzetermijn stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan binnen 12 weken vast (art. 3.8 lid 1 onder 3 Wro). In die periode beslissen Rijk of provincie definitief welke juridische maatregelen zullen worden getroffen indien de gemeente niet bereid blijkt de zienswijze over te nemen. Het vaststellingsbesluit van de gemeente wordt binnen twee weken na de kantoor huren weert vaststelling bekendgemaakt door terinzagelegging op het gemeentehuis.
Burgemeester en wethouders plaatsen de kennisgeving van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan tevens in de Staatscourant en op de website van de landelijke voorziening. Gelijktijdig verzenden zij de kennisgeving langs elektronische weg aan de diensten en bestuursorganen aan wie de kennisgeving van het ontwerp was toegezonden.

Structuurvisie

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Procedure structuurvisie Bij de gemeente is de gemeenteraad verplicht de structuurvisie vast te stellen, bij de provincie kantoor huren hoofddorp zijn het Provinciale Staten en bij het Rijk is het de minister van VROM. Andere ministers kunnen een structuurvisie vaststellen. De Tweede Kamer wordt betrokken bij de totstandkoming van een structuurvisie van een minister. Voordat de minister een structuurvisie kan vaststellen, moet hij een beschrijving van de inrichting van de voorgenomen structuurvisie aan de Tweede Kamer hebben voorgelegd en moet die door de Tweede Kamer openbaar zijn behandeld. Indien de kantoor huren emmen Tweede Kamer niet binnen vier weken besluit tot openbare behandeling van de beschrijving van de inrichting van de voorgenomen structuurvisie, kan de minister beginnen met de vaststelling ervan. Na de behandeling stelt de minister de kamer schriftelijk op de hoogte van de gevolgtrekkingen die hij aan de behandeling verbindt. Hij zou bijvoorbeeld de structuurvisie kunnen bijstellen ten opzichte van zijn oorspronkelijke plan.
Tweede én Eerste Kamer worden betrokken bij de verwezenlijking van een structuurvisie van een minister. Die procedure is dus zwaarder dan die van de totstandkoming van een structuurvisie. Voordat tot verwezenlijking wordt overgegaan, moet de minister de structuurvisie aan beide kamers hebben toegezonden (art. 2.3 lid 4 Wro). Indien door of namens een van de kamers kantoor huren ridderkerk binnen acht weken na toezending van de structuurvisie te kennen wordt gegeven dat zij over de visie in het openbaar wil beraadslagen, wordt met verwezenlijking van de structuurvisie niet eerder begonnen dan zes maanden na die toezending, dan wel indien de beraadslagingen op een eerder tijdstip zijn beëindigd, na die beraadslagingen. Na de beraadslaging stelt de minister de Tweede en Eerste Kamer schriftelijk op de kantoor huren weert hoogte van de gevolgtrekkingen die hij voor het nationaal ruimtelijk beleid aan de beraadslagingen verbindt. Zo kan hij ertoe overgaan een bepaald rijksproject anders uit te voeren dan hij zich had voorgenomen. De Wro verplicht niet tot een bepaalde procedure voor de gemeentelijke of provinciale structuurvisie.

Wettelijke grondslag

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bestuursdwang Art. 5:21 Awb omschrijft bestuursdwang als:
‘het door feitelijk handelen door of vanwege een bestuursorgaan optreden tegen hetgeen in strijd met bij of krachtens enig wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten’.
De definitie maakt duidelijk kantoor huren hoofddorp dat het bij bestuursdwang gaat om een feitelijke handeling. Voordat het desbetreffende bestuursorgaan kan overgaan tot het toepassen van bestuursdwang, zal het eerst een besluit moeten nemen om
116 3 Bestuursrecht algemeen
tot bestuursdwang over te gaan. Een dergelijk besluit moet op schrift worden gesteld en is een beschikking, aldus art. 5:24 Awb.
Hier komt een aantal aspecten van bestuursdwang aan de orde. Zo bestaat de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang slechts indien zij bij of krachtens de wet is toegekend. Daarnaast geeft de Awb een aantal formaliteiten waaraan bestuursdwang moet voldoen. Om de uitoefening van kantoor huren emmen bestuursdwang effectief te doen zijn, kent de Awb aan de bestuursorganen een aantal bevoegdheden toe. Het bestuursorgaan dient het besluit tot toepassing van bestuursdwang schriftelijk aan de overtreder mee te delen, waarmee de rechtsbeschermingsmogelijkheden voor de overtreder worden geopend. De kosten van bestuursdwang zijn in principe voor rekening van de overtreder. Er bestaat in kantoor huren ridderkerk het algemeen geen verplichting tot het toepassen van bestuursdwang, het is een min of meer vrije bevoegdheid, die wordt beperkt door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Wettelijke grondslag De bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang bestaat slechts indien zij bij of krachtens de wet is toegekend (art. 5:22 Awb). De bedoelde wet is niet de Awb zelf. Voor de bevoegdheid van kantoor huren weert het college van burgemeester en wethouders moet de wettelijke grondslag in de Gemeentewet (art.125) worden gezocht; voor het college van Gedeputeerde Staten in de Provinciewet en voor het bestuur van het waterschap in de Waterschapswet.

Algemene wet bestuursrecht

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Voordat het bestuursorgaan besluit de aanvraag wegens onvolledigheid buiten behandeling te laten, dient het aan de aanvrager de mogelijkheid te bieden om het verzuim te herstellen. Een flexplek huren rotterdam dergelijke handelwijze hangt samen met het zogenoemde ‘fair-play’-beginsel. Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken, nadat de aanvraag in onvoldoende mate is aangevuld, dan wel de voor aanvulling gestelde termijn ongebruikt is verstreken. Art. 4:6 Awb verplicht een aanvrager bij een nieuwe aanvraag over hetzelfde onderwerp, die -buiten het geval van bezwaar of beroep -wenst dat het bestuur terugkomt op de voor hem ongunstige beschikking, om nieuw gebleken feiten en omstandigheden aan te dragen. Bij gebreke flexplek huren utrecht hiervan, kan het bestuursorgaan volstaan met een afwijzing van de herhaalde aanvraag onder verwijzing naar de eerdere beschikking. Deze regel hangt samen met het feit dat een beschikking waartegen geen beroep is ingesteld na afloop van de beroepstermijn onherroepelijk wordt. Zou een bestuursorgaan telkens opnieuw moeten beslissen op herhaalde aanvragen zonder dat nieuwe feiten of omstandigheden worden aangedragen, dan zou dit betekenen dat onherroepelijke beslissingen kunnen worden aangetast via het opnieuw vragen van een besluit. Uiteraard wordt de situatie anders indien de aanvrager nieuwe feiten en omstandigheden aanvoert; het bestuursorgaan zal deze feiten en omstandigheden opnieuw moeten beoordelen flexplek huren amsterdam en inhoudelijk een andere beslissing nemen, indien de nieuwe feiten en omstandigheden van belang zijn.
Voorbereiding van de beslissing Het in het bestuursrecht belangrijke zorgvuldigheidsbeginsel eist dat een bestuursorgaan het nemen van beslissingen zorgvuldig voorbereidt. Dit beginsel van zorgvuldige voorbereiding is terug te vinden in het reeds vermelde art. 3:2 Awb en in afdeling 4.1.2. Deze afdeling geeft algemene regels omtrent het raadplegen van belanghebbenden bij de voorbereiding van een beschikking. Art. 4:7 Awb bepaalt dat een aanvrager van een beschikking in de gelegenheid moet worden gesteld zijn zienswijze flexplek huren schiphol naar voren te brengen voordat het bestuursorgaan afwijzend op de aanvrage gaat beslissen, indien de afwijzing zal steunen op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen en die gegevens afwijken van de gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt.

Belanghebbende

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Volgens art. 1:2 Awb wordt onder ‘belanghebbende’ verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Een belang is in elk geval rechtstreeks als het een eigen, objectief flexplek huren rotterdam bepaalbaar, actueel en persoonlijk belang is, dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken. De aanvrager van een besluit, bijvoorbeeld degene die een milieuvergunning aanvraagt, is per definitie belanghebbend. Naast de aanvrager kunnen ook anderen belanghebbende zijn, bijvoorbeeld degene die last heeft van de gevolgen van de milieuvergunning van zijn buurman. Het belang van dit begrip is, dat alleen voor belanghebbenden bezwaar of beroep openstaat ingevolge de Awb. Degenen die geen belang flexplek huren utrecht hebben zijn van de mogelijkheden van de Awb uitgesloten. Het begrip ‘belang’ is niet in de Awb gedefinieerd. Wel is in art. 1:2 lid 2 bepaald dat de aan bestuursorganen toevertrouwde belangen, als hun belangen worden beschouwd. Het derde lid vervolgt dat de algemene en collectieve belangen die rechtspersonen krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden behartigen, als hun belangen worden beschouwd.
De rechter kijkt bij rechtspersonen zowel naar de statuten als naar de feitelijke werkzaamheden.
• Voorbeeld In een zaak bij de Afdeling geschillen van bestuur ging het om een ingevolge art. 12 lid 1 Natuurbeschermingswet verleende vergunning voor de bouw van vier bungalows en een ontsluitingsweg, grenzend aan een beschermd natuurmonument. Verweerder stelde in zijn verweerschrift dat appellanten geen belanghebbenden waren en derhalve op grond van art. 19 lid 1 Natuurbeschermingswet niet in hun beroep moesten worden ontvangen. Art. 19 lid 1 Natuurbeschermingswet geeft alleen belanghebbenden het recht tegen bepaalde flexplek huren amsterdam beslissingen die worden genomen op grond van genoemde wet, beroep in te stellen. Appellante sub 1 had krachtens haar statuten tot doel de bevordering van het natuurbehoud en het milieubeheer, beide in de ruimste zin, ten dienste van de samenleving in het gebied van het stadsgewest Nijmegen, waaronder zij verstond Nijmegen en omgeving. Appellante sub 2 was een landelijke vereniging die krachtens art. 2 van haar statuten -voor zover hier van belang – ten doel had het behoud van de das alsook het behoud van diens (potentiële) leefmilieu en habitat, alsmede het behoud van alle andere in Nederland inheemse marterachtigen en hun leefgebied alsmede de bescherming en verbetering van het (natuurlijke) leefmilieu. Gezien het feit dat de belangen flexplek huren schiphol van natuurbehoud, die mede door de Natuurbeschermingswet worden beschermd, zich bij uitstek lenen om te worden behartigd door rechtspersonen die zich via hun doelstelling en feitelijke werkzaamheid deze belangen aantrekken, beschouwde de Afdeling hen als belanghebbenden. Mitsdien kunnen zij in hun beroepen worden ontvangen. (AGRvS 6 december 1993, nr. Gl 0.92.0017, BR 1994, blz. 937, Beroepen)

De bevoegdheid

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De bevoegdheid van de gemeenteraad om verordeningen vast te stellen is niet onbegrensd. Volgens art. 149 Gemw maakt de raad de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt: zijn verordeningen moeten de huishouding van de gemeente betreffen en flexplek huren rotterdam mogen zich niet begeven in de particuliere sfeer. De raad is dus niet tot regelgeving bevoegd wanneer de handelingen die hij zou willen regelen vanuit de privésfeer geen uitstraling op het openbare leven hebben. Verder mag de raad geen verordeningen maken voor onderwerpen waarin reeds een hogere regeling voorziet, tenzij in de aanvullende sfeer (art. 121 Gemw) indien de hogere regeling daartoe ruimte laat. Gemeentelijke verordeningen vervallen van rechtswege wanneer een hogere regeling op een later tijdstip over hetzelfde onderwerp tot stand komt (art. 122 Gemw). De Kroon (via het vernietigingsrecht) en de rechter (via onverbindendverklaring) houden flexplek huen utrecht dit in de gaten. De Gemeentewet bevat daarnaast nog een aantal bepalingen die het primaat van de raad nog eens extra onderstrepen. Art. 150 Gemw: De raad heeft de bevoegdheid om een inspraakverordening te maken. Art. 151a Gemw: De raad heeft de bevoegdheid om een prostitutieverordening te maken. Art. 151b Gemw: De raad kan de burgemeester de bevoegdheid verlenen om veiligheidsrisicogebieden aan te wijzen, in geval van (vrees voor) verstoring van de openbare orde. Art. 155a Gemw: De raad kan een onderzoek instellen naar het door het college van burgemeester en wethouders gevoerde bestuur. Art. 156 Gemw: De raad kan aan burgemeester en wethouders en aan een commissie alle bevoegdheden van de raad overdragen, met uitzondering van een aantal concreet aangegeven bevoegdheden (vaststelling van de begroting en flexplek huren amsterdam rekening, vaststelling van belastingverordeningen, het stellen van straf op overtreding van verordeningen) en ook met uitzondering van een aantal bevoegdheden die zich uit hun aard niet voor delegatie lenen (bijvoorbeeld de hiervoor beschreven bevoegdheid tot het stellen van algemene regels: immers, dan zouden burgemeester en wethouders zichzelf die regels stellen). Met deze uitzonderingen geldt de delegatiebevoegdheid voor alle aangelegenheden waartoe de raad competent is. De raad krijgt daarmee alle vrijheid de interne bestuursstructuur van de gemeente zelf in te richten: hij kan nu zelf bepalen wat hij aan zich wil houden en wat hij aan andere gemeentelijke organen wil overlaten. Art. 60 Gemw: Dit artikel is al eerder ter sprake geweest in de passage over het college van burgemeester en wethouders: de raad kan in een algemene regeling flexplek huren schiphol aangeven welke besluiten van het college (en van de burgemeester) aan de leden van de raad moeten worden medegedeeld dan wel voor dezen ter inzage moeten worden gelegd. Ook deze bepaling beoogt de positie van de raad, via verbetering van de informatieverstrekking aan de individuele raadsleden, te versterken.

Regering en parlement

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Momenteel is de praktijk dat bij een conflict tussen regering en parlement (vrijwel altijd de Tweede Kamer), de regering ook ontslag neemt als de Tweede Kamer wordt ontbonden. Het gevolg is dat flexplek huren rotterdam nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven en op basis van de verkiezingsuitslag een nieuwe regering wordt gevormd. Dit is anders indien een conflict ontstaat tussen een minister en de Tweede Kamer. Indien het slechts om één minister gaat, hoeft door dit conflict niet de hele regering af te treden. Alleen de desbetreffende minister zal dan zijn ontslag indienen. Het behoort tot de regels van het gewoonterecht dat in zo’n flexplek huen utrecht situatie ook de desbetreffende staatssecretaris zijn ontslag indient. Zegt de Kamer het vertrouwen op in een staatssecretaris, dan moet deze zijn ontslag indienen. De desbetreffende minister hoeft dan echter niet op te stappen.
Een conflict tussen regering en parlement ontstaat vaak naar aanleiding van een motie vanuit de Kamer. Zoals eerder is betoogd, hoeft een motie niet door de regering te worden uitgevoerd. Een ingediende motie kan echter betrekking hebben op een voor de regering zo belangrijke aangelegenheid, dat aanvaarding van de motie door de regering wordt beschouwd als een uiting flexplek huren amsterdam van wantrouwen. Door dit voorafgaande aan de stemming over de motie aan het parlement mee te delen, krijgt de motie een extra lading. Zij verandert van een gewone motie in een motie van wantrouwen. Meestal schrikt het parlement er dan voor terug om de motie te aanvaarden. Immers, aanvaarding betekent een vertrouwensbreuk met als gevolg Kamerontbinding en het opstappen van de regering.
2.2.6 Algemene Rekenkamer De Algemene Rekenkamer controleert de rijksuitgaven op hun rechtmatigheid (art. 76 Gw). Vooral is daarbij van belang de vraag of de uitgaven in overeenstemming zijn met de begroting. De Rekenkamer bestaat uit drie leden die de Kroon benoemt.
2.2.7 Rechterlijke macht Art. 112 Gw bepaalt dat de berechting van geschillen over burgerlijke rechten en over schuldvorderingen is opgedragen aan de rechterlijke macht (civiele rechtspraak). Art. 113 lid 1 Gw bepaalt hetzelfde voor de berechting van strafbare feiten (strafrechtspraak). De genoemde geschillen ontstaan uit burgerlijke rechtsbetrekkingen, dus flexplek huren schiphol tussen burgers. De berechting van andere geschillen – bijvoorbeeld tussen bestuur en burger – kan de wet óók aan de rechterlijke macht opdragen (art. 112 lid 2 Gw). De organisatie van de rechterlijke macht is geregeld in de Wet op de rechterlijke organisatie. De wijze van procederen is te vinden in het Wetboek van de Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (voor civiele zaken) en het Wetboek van Strafvordering (Sv) (voor strafzaken).